zij zorgen
09
08
zij zorgen
Christien, 1960, Castricum
De moeder van Christien is bijna blind
en woont in een verzorgingshuis.
Haar schoonmoeder is ernstig ziek.
Christien zorgt voor haar moeder én
voor haar schoonmoeder en heeft
ook haar eigen gezin.
“
De gezondheid van mijn moeder
ging langzaam achteruit. Ze was een
zelfstandige tuindersvrouw en na een
operatie zag ze bijna niets meer. Nu
woont ze inmiddels in een verzorgings-
huis. Mijn schoonmoeder heeft de
ziekte van Kahler. Soms gaat ze door
diepe dalen en soms staat ze gewoon
weer op de stoep. Voor allebei probeer
ik te doen wat nodig is.
Ik heb vroeger in de zorg gewerkt,
maar het is heel anders om te zorgen
voor iemand die zo dicht bij je staat.
Het raakt je enorm. Ik ben enig kind.
Als er iets is met mijn moeder, dan kan
ik niet overleggen met een broer of
zus en sta ik er alleen voor. In het geval
van mijn schoonmoeder is het anders.
Dan kunnen we er met zijn zessen over
praten en onze zorgen delen.
Het is fijn dat ik ze kan helpen. Ik ben
wel iemand die gauw zegt “Oh, dat
doe ík wel even”. Daar moet ik mee op-
passen. Leren om ‘nee’ te zeggen. Een
telefoontje is vaak genoeg, je hoeft niet
overal naar toe. Gek, want toen ik bij de
Thuiszorg werkte wees ik anderen daar
op en nu is het mijn eigen valkuil.
Om te ontspannen pak ik af en toe
een boek of ga ik hardlopen. Ook ben
ik lid van een toneelvereniging: het is
heerlijk om af en toe even heel iemand
anders te zijn.”
Malou, 1986, IJmuiden
De moeder van Malou heeft ernstige
rug- en nekklachten en heeft veel pijn.
In huis is een traplift en met wat kunst-
en vliegwerk probeert ze zich zo goed
mogelijk te redden. Gelukkig helpt
Malou bij heel veel dagelijkse dingen.
“
Tot een paar jaar geleden hadden we
een paar uurtjes hulp in huis. Doordat
de regels voor toewijzing van hulp zijn
veranderd, moeten we nu alles zelf
doen. Dat vind ik niet helemaal eerlijk,
eigenlijk. Ik werk als verpleegkundige in
het Kennemer Gasthuis in wisselende
diensten op een drukke afdeling. Mijn
vader helpt natuurlijk ook mee met
alles wat er moet gebeuren, maar het
is best veel.
Niet iedereen begrijpt wat het betekent
om voor iemand te zorgen. Ik doe het
graag voor mijn moeder. Mijn vriendin-
nen snappen gelukkig wel dat ik reke-
ning wil houden met hoe het thuis is.
Een van mijn vriendinnen zorgt samen
met haar familie voor haar tante, dus in
mijn vriendenkring is het niet vreemd.
Gelukkig heb ik ook nog tijd voor an-
dere dingen. Ik ben gek op zwemmen.
Vroeger zat ik bij de Reddingsbrigade,
nu ga ik drie of vier keer in de week
baantjes trekken in het zwembad.
Binnenkort hoop ik te beginnen met de
opleiding voor dialyseverpleegkunde.
Ik wil graag in het Kennemer Gasthuis
blijven werken, want ik heb het daar
erg naar mijn zin.
Ik sta ook ingeschreven voor een huisje
en hoop dat ik snel op mezelf kan gaan
wonen. Wel hier in de omgeving na-
tuurlijk. Als er wat aan de hand is, wil ik
in de buurt zijn om te kunnen helpen.”
“
Niet iedereen
begrijpt wat
het betekent
om voor iemand
te zorgen.”
“
Voor allebei
probeer ik te
doen wat
nodig is.”